De zon had zich al meerdere keren laten zien die dag. Door de gordijnen heen voelden we de warmte. We hadden geen plan, geen verplichtingen en bovenal geen haast. De drukte hadden we al een tijd geleden achter ons gelaten, verbannen uit onze nieuwe levensstijl. En dat voelde goed. We stonden uit elkaar naar buiten te staren, om te observeren. De omgeving, de geluiden, de vergezichten en de fases van de natuur kwamen voorbij als een verandering van alledag. We hadden bewondering gekregen voor de stromingen die het leven ons liet beminnen. Buiten, rond het kampvuur, lagen de lege blikjes nog van de dag tevoren. Het was al middernacht toen we aangeschoten naar ons bed waren gestrompeld. We wisten niet meer hoe, maar het was ons gelukt om binnen te komen, onze kleren uit te trekken en onszelf naakt in bed te laten vallen.
Nu we hier al enkele weken zaten, hadden we geen idee meer van de tijd en dag. De natuur vertelde ons hoe we ons mochten voelen. Wanneer de warme gloed van de eerste zonnestralen over de open weide naar ons huisje kwam, wisten we dat de dag lang, warm en ongerept zou zijn. Dat we zonder kleding onze lichamen helemaal mochten blootstellen aan de hemel. Rennend door de hoge grassprieten, zwemmend de rivier over en turend naar de heldere blauwe hemel wanneer we uitgeput onszelf achterover lieten vallen, met de aarde die in onze rug prikte. We begonnen steeds meer te geloven in grotere werelden dan de onze, in een ondenkbare en ontastbare omgeving of sfeer, een dimensie waaraan wij als mens gewaagd waren. We beseften ons dat we slechts enkele wezens waren in een wereld zo groot dat we op een wereldkaart maar stipjes zijn. Wie waren wij dan om ons te verzetten tegen de grotere machten van ver daarboven, of juist diep vanbinnen?
We dachten na over andere levens, andere werelden en fantaseerden over sprookjes waarin we zouden stappen om onszelf een plekje te bemachtigen in die onwerkelijkheid. En telkens kwamen we dan weer tot de conclusie dat we zelf al in die onder werkelijkheid waren gestapt. Het had ons niet meer of minder gemaakt, maar het had ons rust en vertrouwen gegeven. Het had ons ruimte geboden om tegen onszelf te kunnen zeggen: ik leer luisteren naar mij. Alleen naar mezelf.